De kerkelijke cantates van J.S. BachCantate BWV 104 “Du Hirte Israel, höre”
De cantate heeft dan ook door het motief van de Goede Herder een uitgesproken pastoraal karakter, een geliefd thema in die tijd. Het begindeel combineert op geniale wijze de herderlijke sfeer met de bede door het koor: ‘Du Hirte Israel, höre’ - de beginwoorden van psalm 80. Dan volgen een recitatief en aria voor tenor waarin de gedachten over het verlangen naar God, de Goede Herder verder uitgewerkt worden. Het volgende basrecitatief met de slotwoorden ‘Und führe uns in deinen Schafstall ein!’ vormt de overgang naar de bas aria. Het pastorale karakter van de cantate keert weer terug in deze aria, met zijn instrumentale triolenbeweging waarmee deze aria teruggrijpt op het openingsdeel. Echter nu gaat het om de vervulling van de bede waarmee het koor begon. De cantate eindigt met het koraal ‘Der Herr ist mein getreuer Hirt’, een parafrase op Psalm 23, natuurlijk in een prachtige harmonisatie van de grote meester. Gerard van Zwieten.
|
|